Als u niet meer thuis kunt wonen
Wanneer zelfstandig wonen niet goed meer mogelijk is, bent u welkom in één van de zorgcentra van Vivre. Op een een groot aantal locaties in Maastricht en omgeving - dus meestal niet ver van uw huidige woning - beheren wij zorgwoningen en appartementen, waarin u zelfstandig woont.
Deze zijn helemaal op comfort en plezierig wonen, inclusief recreatie, allerlei activiteiten en verzorging op maat. algemene tekst.
Voor meer informatie kunt u bellen met onze centrale informatiedienst Via Vivre:
0900-22 33 440 (lokaal tarief).
Woont u in een aangepaste omgeving met ondersteuing op maat, dan kunt u gebruik maken van één of meerdere van volgende diensten die Vivre biedt.
Wilt u graag wonen met de zekerheid van zorg, maar niet in een zorgcentrum? Dan is een zorgwoning van Vivre een mooie oplossing. Het zijn zelfstandige woningen (ook wel aanleunwoningen genoemd), die voldoen aan alle criteria van comfort, veiligheid en ruimte. De zorgwoningen liggen vaak op het terrein van onze zorgcentra, dus als u zorg nodig heeft, is die letterlijk dichtbij. Als er iets is, is een verzorgende of verpleegkundige snel bij u.
In veel zorgwoningen is personenalarmering aanwezig. Met één druk op de knop laat u onze medewerker weten dat u hulp nodig heeft.
U heeft een eigen keuken, badkamer, toilet en berging. Een eigen thuis. U betaalt huur en zorg apart. Maakt u geen gebruik van de zorg? Dan betaalt u alleen huur.
Via Vivre is de centrale informatiedienst van Vivre. Deze dienst is er voor iedereen die vragen heeft over wonen, welzijn en zorg.
De cliëntadviseurs van Via Vivre staan u graag te woord, om uw vraag te beantwoorden of om u door te verwijzen.
U kunt Via Vivre ook bellen wanneer u een Vivre-folder wilt aanvragen of wanneer u zich wilt inschrijven voor een dienst van Vivre (zoals personenalarmering of maaltijdverstrekking).
Het telefoonnummer van Via Vivre: 0900-22 33 440 (lokaal tarief)
In een zorgcentrum woont u zelfstandig en krijgt u daarnaast de verzorging die u nodig heeft. Eigenlijk kunt u nog aardig wat zelf, maar u kunt of wilt eigenenlijk liever niet meer volledig zelfstandig wonen. De appartementen en kamers in de zorgcentra van Vivre zijn helemaal afgestemd op comfort en plezierig wonen. We kijken naar wat u kunt en wilt, zorgen ervoor dat u iedere dag de zorg krijgt die u nodig heeft en dat u op een aangename manier de dag doorbrengt.
Bij Vivre kunt u ook terecht voor tal van leuke activiteiten. Om op een plezierige manier de dag door te brengen, of omdat het onderdeel is van uw behandelprogramma. Even wat anders. Iets leuks doen. Alleen, of samen met anderen. Vivre organiseert zulke activiteiten op iedere locatie. Er worden steeds meer verenigingen opgericht. De nieuwste: een groenvereniging. We trekken er ook wel eens op uit; bijvoorbeeld met z’n allen naar een tuincentrum, theater of dierentuin.
Wat is geestelijke verzorging?
Geestelijke verzorging is professionele begeleiding en hulpverlening bij beleving, zingeving en spiritualiteit. In iedere zorginstelling is er geestelijke verzorging om mensen bij te staan in moeilijke situaties of wanneer mensen zich afvragen hoe ze met een bepaalde levensfase om kunnen gaan.
De geestelijk verzorgers van Vivre zijn professionele zorgverleners, gespecialiseerd en opgeleid om te werken in de zorg. Ze zijn dus breed inzetbaar, maar kunnen ook religieuze steun bieden.
Voor meer informatie kunt u de folder bekijken.
Eén van onze geestelijkeverzorgers schrijft maandelijks een column. Hieronder kunt u de meest recente column lezen.
Waarom dan?
Ieder kind krijgt een fase van “waarom”. Ouders weten hoe boeiend dat kan zijn én hoe vermoeiend. In het begin is het vooral leuk dat een kind graag wil weten hoe de wereld in elkaar zit, een goed teken dat het leergierig is. Daarna vraag je je als ouder af of je kind je aan het testen is en voel je je als in een eindeloos mondeling examen. En er zijn van die momenten dat je zelf echt uitgedaagd wordt en zelf gaat zoeken naar het waarom der dingen.
Na een paar weken ondervraagd te zijn, krijg je er als ouder handigheid in. Je ontwikkelt strategieën om de waaromvraag te pareren. Eén methode is de wedervraag. Je trekt een verwonderd en geïnteresseerd gezicht met grote ogen en hoog opgetrokken wenkbrauwen en herhaalt plechtig: “Ja, waarom eigenlijk”? Soms is de peuter tevreden met zoveel solidariteit in nieuwsgierigheid en dan is er helemaal geen antwoord meer nodig. Eén-nul.
Als dat niet meer helpt kun je als ouder nog altijd een beroep doen op je eigen feilbaarheid. Klinkt het eigenlijk niet heel sympathiek als je capituleert en meldt dat je het zelf ook niet weet? Dat hoeft er ook geen verdere discussie te zijn en dat scheelt een hoop tijd: “Waarom zijn de bomen omgewaaid?” – “Omdat het heel hard waaide.” – “Waarom waaide het heel hard?” – “Weet ik niet”; einde discussie.
Welke strategie je ook bedenkt, hij werkt altijd maar een paar weken op zijn hoogst. Die van “weet ik niet” sneuvelde bij mij al snel toen de tegenaanval werd ingezet met een triomfantelijk “Waarom weet jij dat niet?” In dat geval mag je hopen dat je snel de aandacht kunt richten op een interessant stuk speelgoed of een ander onderwerp. Deze strijd is niet te winnen.
Uit al deze verwikkelingen blijkt in ieder geval de oneindige waarde van het woordje waarom. Dat woord staat ook aan het begin van alle zingeving. Daardoor is de kinderlijke fase van het waarom ook niet de enige periode om naar de zin van dingen te vragen. Toch verandert er wel iets. Waar kinderen naar de zin van werkelijk alles vragen, vragen volwassenen veel vaker naar de zin van negatieve dan van positieve dingen.
“Waarom ben ik gezond?”, “Waarom heb ik een baan?”, “Waarom heb ik vrienden?”, hoor je niet zo vaak. “Waarom ben ik ziek?”, “Waarom kan ik geen baan vinden?” en “Waarom ben ik eenzaam?” zul je veel vaker horen. Vreemd genoeg vinden we het gewoon dat de dingen goed gaan en hoeven we daar dus geen verklaring voor. Een verklaring eisen we pas als het mis gaat. Aan de andere kant weten we allemaal dat het leven verschillende kanten heeft en dat je ervan uit kunt gaan dat je ook negatieve kanten zult ervaren.
Misschien kunnen we dan wat leren van de vasthoudende peuter die niet opgeeft met de waaromvraag. Ook als mensen vragen naar de zin van negatieve ervaringen in hun leven zou je door kunnen gaan met dat eindeloze woord en kunnen zeggen: “Waarom wil je weten waarom?”.
Dat zet de discussie op een heel ander spoor. Misschien moet je de vraag naar het waarom soms helemaal niet stellen en word je er beter van als je hem achterwege laat.
Soms moet je dingen accepteren en er een weg in vinden. Vragen naar het waarom levert dan niets op en kan een hoop extra verdriet opleveren. Het is heel begrijpelijk dat we liever zouden zien dat er een logisch verband zou bestaan tussen oorzaak en gevolg in ons leven, dat we die band zouden kunnen snappen en dat we er invloed op zouden kunnen hebben. Maar eenmaal tot de conclusie gekomen dat we niet zoveel controle op ons leven hebben, moeten we het waarom misschien maar eens laten rusten.
“Waarom wil je weten waarom?”
Benieuwd wat onze peuter daarop te zeggen heeft…
Ralf Smeets, geestelijk verzorger

